055 30 07 99 info@osteopathiebijbabies.be Nederenamestraat 121 - 9700 Oudenaarde

Voorkeurshouding bij baby

Voorkeurshouding is de toestand van de zuigeling waarbij deze in rugligging spontaan het hoofd óf naar de rechterzijde óf naar de linkerzijde geroteerd houdt gedurende driekwart van de observatietijd (minimaal 15 minuten), zonder actieve rotatiemogelijkheid van het hoofd over de volle 180graden. Een voorkeurshouding kan zich ook manifesteren in het onvoldoende spontaan draaien van het hoofd in rugligging, waarbij de zuigeling het hoofd bij voorkeur in de middenpositie houdt.

Deformatieve schedelvervorming: het hoofd van de baby is vervormd als gevolg van prenatale en/of postnatale krachten op de groeiende schedel. (zie ook het artikel over Asymmetrie van schedel en of aangezicht, PLAGIOCEPHALIE)

Bepaalde kinderen kunnen enkel naar rechts kijken, liggen scheef, vertonen overstrekking,… Ze vertonen een voorkeursligging. Het is alsof ze in één of andere reflex vastzitten en niet naar de andere kant kunnen bewegen. Hierdoor kunnen ook bepaalde delen van de schedel vervormd worden zodat een asymmetrie in de schedel en/of het aangezicht optreedt.

De voorkeursligging van het hoofdje van een baby waardoor een vervorming van het schedeltje optreedt, is een behandelindicatie welke sterk gerelateerd is aan het bevallingstrauma.

Een oorzaak voor deze problematiek kan onder andere liggen in een vroegtijdige indaling van het hoofdje tijdens de zwangerschap waardoor het hoofdje in de positie van indaling mee vervormd tijdens de verder vorderende zwangerschap. Bijzondere omstandigheden tijdens de bevalling zoals bijvoorbeeld aangezichtsligging, dwarspositie, of hulp bij uitdrijvingsfase zoals de vacuüm – of tangverlossing kunnen het ook veroorzaken.

Ook de duur van de persweeën zijn belangrijk ten aanzien van de compressie(druk) op het hoofdje, zowel de extreem snelle, als langdurige compressiefase hebben hun invloed op de beweeglijkheid van de verschillende botstukken van het hoofd. Normaal gesproken heeft het hoofd van de baby de zich te vervormen op de druk die tijdens een normale bevalling optreedt. De gevolgen van deze vervorming normaliseren zich vrij snel na de bevalling.

De stressvolle situaties zoals boven beschreven kunnen tot een verlies van beweeglijkheid ter hoogte van de verschillende schedelbotten leiden. Dit kan tot uiting komen in fysieke ongemakken of het asymmetrisch ontwikkelen van het hoofdje waardoor we over voorkeurshoudingen gaan spreken.

De osteopaat werkt op het herstel van de beweeglijkheid van de verschillende schedelbotstukken en de beweeglijkheid van de wervelkolom (welke zich aan zal passen op de veranderde positie van het hoofdje). Tevens is het van belang om de beweeglijkheid van het zenuwstelsel te evalueren en de spanning op de hersenvliezen en deze zo nodig te normaliseren. Het kind wordt uit de ‘fixatie’ gehaald zodat het weer optimaal kan ontwikkelen, belangrijke fixaties thv de schedel en hersenen kunnen het kind immers later op fysisch en psychisch vlak heel sterk beïnvloeden. Hoe vroeger dit wordt gecorrigeerd hoe minder kans op blijvende letsels.